’Spelers met Ajax-dna nodig’

Staat het in de krant, op TT, in de bladen of op internet? Post het HIER!

Moderator: mods

Gebruikersavatar
999
Berichten: 57395
Lid geworden op: do sep 25, 2003 6:53 pm

’Spelers met Ajax-dna nodig’

Bericht door 999 » za okt 22, 2022 9:06 am

’Spelers met Ajax-dna nodig’
De inmiddels 84-jarige Sjaak Swart is nog altijd een voetballiefhebber pur sang.

FOTO’S RENÉ BOUWMAN,

GETTY IMAGES &

MATTY VAN WIJNBERGEN

INTERVIEW Sjaak Swart gelooft dat club met échte Ajacieden weer kan terugkeren aan Europese top
Ajax werkt woensdag een cruciale return af tegen Liverpool in de eigen Johan Cruijff ArenA. Een partij die Sjaak Swart meer dan een halve eeuw geleden ook al speelde, het werd de beroemde mistwedstrijd die in een 5-1 zege voor Ajax eindigde. Andere tijden, want de hegemonie van de Amsterdammers destijds aan de Europese top lijkt verder weg dan ooit. ’Nee”, zegt Swart. „Ajax kan in de toekomst wéér de finale halen, maar dan hebben we wel meer spelers met het Ajax-dna nodig.”

Op een van de eerste foto’s aan de wand in de kantoren van jeugdcomplex De Toekomst prijkt een sierlijke Sjaak Swart, die met de bal aan de voet passeert. De man met bijna 800 wedstrijden voor Ajax achter zijn naam kijkt even naar zichzelf en zegt: „Moet je kijken wat een poten ik had. Zúlke dijbenen.”

Hij wijst op zijn inmiddels veel slankere dijbenen, alsof het hem pijn doet dat hij niet meer de kracht van destijds heeft. Hij doet er alles aan om zo fit mogelijk te blijven, traint zelfs drie keer in de week. „Op het veld, hè. Lekker ballen.”

Als de fotograaf hem even later vraagt wat hij zelf zijn beste kant vindt voor de foto, zegt Swart: ’Wat denk je nou? Rechts natuurlijk. Rechts was ik altijd dodelijk.”

Swart, 84 jaar inmiddels („Ik was deze week 61 jaar getrouwd”), ziet er vroeg in de ochtend patent uit in zijn blauwe streepjespak met daaronder witte tennisschoenen zónder sokken. Een leger bezoekers op een doordeweekse dag wil met de voormalige sterspeler op de foto of wil zijn handtekening. Het kan allemaal, want Amsterdammer Swart voelt zich nergens te groot voor. Sterker zelfs, hij heeft zelf ook nog zijn idolen.

Via zijn Egyptische vriend Nasser staat hij al een paar jaar op goede voet met Liverpool-vedette Mo Salah. „Kijk dan, wat een leuke berichten op mijn telefoon ik krijg. Ik hoop Salah de dag voor de wedstrijd te zien hier. Geweldige speler, hè? Zag je die goal tegen Manchester City weer?”

Swart is een liefhebber, zoals ze er nog maar weinig zijn. Van Salah kan hij intens genieten. „Zo’n bijzondere speler, daar ga je voor naar het stadion. Een linkse speler op rechts, normaal houd ik daar niet van. Maar Salah geeft ze met rechts net zo mooi voor. Kijk, dat deed Antony niet hier, hè…”

„Liverpool heeft het even moeilijk dit seizoen, maar Ajax en Barcelona hebben ook inzinkingen. Als je spelers als Salah in je elftal hebt, ga je vanzelf weer aanhaken.” Maar er is er nog eentje voor wie hij veel respect heeft. „Virgil van Dijk, een ander soort speler. Kijk, Messi en Salah zijn natuurtalenten. Cristiano Ronaldo en Virgil zijn andere spelers. Virgil heeft door heel hard werken en de juiste keuzes maken de wereldtop bereikt. De ontwikkeling van Van Dijk is toch geweldig eigenlijk. Die zat bij FC Groningen, is nu de leider van Liverpool en het Nederlands elftal.”

Hij was zelf ook een natuurtalent. Toen hij tien jaar was werd hij aangenomen door Ajax, omdat hij in een proefwedstrijd tégen de jeugd van Ajax vijf keer scoorde. Daar begon zijn glansrijke carrière als Ajacied, maar het was de moeilijkste start die een speler bij de Amsterdammers ooit heeft gekend. „Ik was tien jaar, maar op 38-jarige leeftijd overleed in die periode mijn moeder aan k…... Ze had mijn tas met voetbalkleding nog klaargemaakt voor me. ’Ga maar, jongen’. Dat hakte er vreselijk in.”

Tegen die achtergrond vindt hij het onvoorstelbaar dat hij zo oud mag worden. Veel van zijn voetbalvrienden zijn al weggevallen. Van het supertrio Piet Keizer, Johan Cruijff en Sjaak Swart in de beroemde partij tegen Liverpool in ’66 is alleen hij zelf nog over. „Tussen 1965 en 1973 wonnen we met elkaar alles wat er te winnen viel. En dan misten we ook nog een paar finales op het nippertje.”

Zoals tegen Arsenal in 1970. De 3-0 nederlaag op Highbury was destijds het dieptepunt van Ajax in Europa. Thuis won Ajax. Arsenal speelde met George Graham, de latere coach, en Charlie George. Swart: „Ik heb het shirt van die Graham nog in mijn garage hangen. Die kon koppen, die vent! Met corners moest ik bij hem gaan staan. Michels zette mij linksback tegen Arsenal. Ik was veel kleiner maar kon vreselijk goed springen. Daarom maakte ik zelf ook mooie kopgoals.”

Hij haalt als tachtiger meteen de iPhone weer tevoorschijn. We zien een filmpje waarop Swart fenomenaal hoog in het strafschopgebied met het hoofd scoort. „Ik kreeg pas van iemand tien doelpunten in een mooie compilatie toegezonden. Leuk, hè? Maar ik zei wel tegen die meneer: zoek die andere 218 goals van mij ook eens op. Ik heb er 228 gemaakt voor Ajax…”

In de gouden periode uit zijn loopbaan én uit de historie van Ajax zat volgens Swart de hele Europese top op de tribune om het elftal van Ajax aan het werk te zien. „Ze kwamen allemaal kijken. Ze wilden weten wat wij deden en wat Ajax zo speciaal maakte. Bayern München, Barcelona, ze gingen allemaal onze stijl kopiëren. Vooruit spelen, de tegenstander voortdurend onder druk zetten, dat was onze stijl.”

Die stijl werd vooral gecreëerd door het feit dat de club spelers zocht met een Ajax-dna. „Technisch, tactisch, aanvallend ingesteld, spelers met lef. Ze werden al vroeg hier allemaal opgeleid. Mühren, Krol, Keizer, Bennie Muller, Tonnie Pronk, allemaal echte Ajax-spelers. Dat is jaren zo doorgegaan. Ooit stond ik met Frank Rijkaard een keer met Gullit te praten, toen hij nog jong was. Ruud zat op dat moment met Johan (Cruijff, red.) in een elftal bij Feyenoord. Na afloop zei Frank: ’Ruud moet ook naar Ajax, Sjaak. Neem Ruud erbij. Hij moest acht ton kosten. Maar weet je, Ajax wilde niet! Voor mijn gevoel heeft Ruud daarna altijd iets tegen Ajax gehad.”

Wat hij mist bij zijn club zijn meer ’echte Ajax-spelers’. „Er komen nu te veel spelers van buitenaf. Allemaal aardige en goeie gasten, hoor. Maar ze hebben niet het Ajax-dna. Ze passen er gewoon niet in. Je moet spelers met flair en techniek hebben.” Zoals het supertalent van Napoli, aanvaller Khvicha Kvaratskhelia die Ajax in z’n eentje vermoordde recent. Swart was al anderhalf jaar gek van de Georgiër. Het verhaal gaat dat hij hem zelf heeft aangeboden bij de leiding van Ajax, maar dat de club een Deense jongen beter vond. Kvaratskhelia is nu 80 miljoen euro waard. Swart wil het verhaal niet bevestigen, kijkt even een andere kant op en laat duidelijk blijken dat hij geen kwaad woord over zijn eigen club over de lippen kan krijgen.

En toch zit die hele scoutingskwestie hem wel dwars. „Kevin De Bruyne was 15 jaar en ik vond hem geweldig. Hier vonden ze hem te klein. Ik heb wel eens gezegd: er zijn zoveel grote spelers hier voortgebracht. Zet nou vier echte Ajacieden met een grote staat van dienst bij elkaar en laat die met z’n viertjes adviseren of een speler wel of niet moet komen. Die mannen weten precies wat Ajax nodig heeft. Tegen het grote geld van de Engelse clubs kunnen we niet meer op, maar we kunnen wel geweldige jeugdspelers zoeken en opleiden.”

Tijdens de gloriejaren in de vorige eeuw, zo vertelt Swart, had Ajax dag en nacht een schaduwploeg op papier staan. „Op het moment dat er iemand wegviel, werd meteen de juiste speler gehaald. Michels was daar een meester in. Die had op zijn bureau altijd een opstelling liggen. Moest er eentje bijkomen? Hij had hem al op papier. Nu worden er spelers gehaald bij veel clubs, en ook bij Ajax, waarvan ik denk: wil jij ze hebben?”

Daarom blijft de jeugdopleiding zo belangrijk, vindt Swart. „Je moet spelers in het eerste elftal brengen die alle onderdelen beheersen die Johan op papier heeft gezet ooit. Aan kleine dingen kan je nog schaven. De mooiste carrières zijn die van zelf opgeleide talenten. Ik zie het als de maatschappij. Je komt binnen als jongste bediende in een bedrijf en je groeit uit tot directeur. Zo kan het voor een jonge Ajax-speler ook zijn.”
De T.

Plaats reactie